De kinderen van Teunis en Cornelia

Daags na de bevalling van Teunis Cornelis, in het kraambed, overlijd Cornelia op 17 december 1770. Op de avond na haar begrafenis, op 20 december 1770, komt ook haar man Cornelis Kwak te overlijden. Het stel laat zeven kinderen na en komen te vallen onder verantwoordelijkheid van de Kerk. In de resoluties van de Kerkeraed valt te achterhalen wat er met de kinderen is gebeurt. 

Den 26 december 1770, op de tweede Kerstdag is de kerkeraed bijeengekomen in een extra vergadering om over het lot van de kinderen van Teunis Kwak & Cornelia Groenendijk te besluiten. Na opening van de vergadering wordt de schoolmeester binnen geroepen en gevraagd of er gegadigden buiten staan. Deze zijn er en ze worden een voor een binnengeroepen. Door de predikant wordt hun gevraagd welke kinderen zij willen aannemen. Na ieder afzonderlijk te hebben gehoord worden de kinderen alvolgt besteed onder de algemene voorwaarde, dat de kerknraedt ten allen tijden herregt en zigt hield, om, wanneer zijn bevonden dat een of ander kind niet wel getraceert of behandelt werd, zulk een kindt weer naer zig te neemen & den aanneemer daer van de ontzetten:

1. Jan (oud 17 jaeren en een halve kleermakersknecht) besteedt in den Oudenhoorn bij Dirk Aart, Kleermaker aldaer van Meij 1771 tot Meij 1773 incluis, voor:

  • Tien tonnen Turf vij in huis in ‘t jaer
  • Een zak Tarwe ook vrij ter molen & in huis
  • Twee ducaten & 2 ducatons in ‘t jaer: van de laatsten nu en dan een stuivertje zakgeld naer verdiensten toe te voegen:

en werdt den 19 janurari 1771 mede genoomen voor de kost tot mei toe, mits een zak tarwe vrij er molen daer voor alleen toegegeven worden

2. Frans (Oudt omtent 16 jaeren, een vissersjongen, winnende 2 lijnen) werdt door den Regeerende Diakon, Bastiaan Kortenbout aen genoomen tot zijn 25ste jaer, op ordinaire Vissers Conditien van besteedingen, waer van schetzen & leggers onder de kerkelijke papieren bij den Predikant zijn berustende & waervan een copij door den gantschen kerkenraed onderteekent, aen den aenneemerij ter handt gestelt, om, bij expiratie van tijdt te restitueeren.

3. Jannetje, oudt ruim 12 jaeren: besteed bij Jan Dekker, woont in ‘t karaeije nest, onder Heenvliet van Meij 1771 tot Meij 1772 voor de kost, zonder meer & heeft belooft haer te Heenvliet school te laeten gaen, ten zijnen koste:

4. Willemtje, oudt omtrent 10 jaeren: besteedt bij haer grootmoeder Willemtje Geilvoet, weduwe van Frans Groenendijk voor 4 jaeren, ingegaen met Kerstmis, of den 26ste December 1770 & eindigende Kerstmis 1774 voor:

  • 10 tonnen turf & 16 gl. in ‘t jaer
  • Waer tegen zij moet toegeven, met de kost, koussen & klompen vrij

N.B. Bij overlijden van deze oude vrouw zullen deze conditiën (des noods) vervangen worden door Pieter Groenendijk & zijn zuster Arendje Groenendijk, zijn daer toe bij de besteeding verbonden hebbende

5. Arij, oudt ruim 6 jaeren; besteedt bij Cornelis Commert Kleijburg woonende onder Rockanje, die hem, zo zacht als hij was, mede nam, zonder dat hij iets van de Diakonie genoomen heeft, ‘t welk de aanneemer wel expres bedong, zeggende: “Als hij er niet van trekt is hij er niet aan gehouden” met belofte van hem van kost & kleederen &c als zijn eigen kindt te zullen verzorgen tot zijn twintigste jaer in eling & hem dan van een behoorlijk uitzet, als van een braef en ordentelijk boeren knecht te zullen voorzien.

6. Arendje. oudt even 4 jaeren, besteedt bij haer grootmoeder voornt van den 26ste December 1770 tot dito 1771 voor 10 tonnen turf & 25 gl. in ‘t jaer & daer bij onderhoud van kleederen.

7. Teunis Cornelis (zijnde het kraemkindje nae vader & moeders doodt gedoopt) werdt aangenoomen door Jacob Bouwenz Meuldijk en zijn huisvrouw Elisabeth Groenendijk zuster van de overleedene moeder, zonder dat de Diakonie ( zo lange de zeegende Godt hun enigsinds het vermoogen gunt) er eenigen last van hebbe, onde die mits, dat zij bij onverhoopte ongevallen & veragteringen er van kunnen ontslaegen worden & ook intussen des begeerende eenige onderstandt van kleederen kunnen vraegen; ‘t welk alles bij den keneraedt geaccordeet is.

 

Na deze uitspraak door de Kerkeraad zijn alle kinderen ondergebracht. Verderop in het boek met Resoluties kunnen we nog meer vinden over het lot van deze kinderen. Zoals door de raad al was verwacht bij de besteding van kinderen aan oma komt deze vrouw te overlijden. De exacte datum is niet te achterhalen maar haar boedel wordt verdeeld in oktober 1772 en wordt in vijven verdeeld want op dat moment leven nog maar vijf van de zeven kinderen. Teunis Cornelis komt in augustus van 1771 te overlijden en Arendje in augustus 1772.

Op 2 oktober 1772 is wordt er in de Kerkeraed gesproken over Jan Teunisz Kwak:

Is geresolveert, om, naedien Jan Teunisz Kwak, besteed in den Ouden hoorn bij Dirk Aart van zijn baas zijnde weggelopen & soldaat geworden te Hellevoetsluis onder de schotte in junij 1772, deze weigerde zijn goed te laeren volgend & aen de Diakonnie ter handt te stellen eissende vooraf vergoeding van de schaede die hij door het wegloopen van den jongen leed. den zelven niet alleen die eisch te ontzeggen, ter oorzaake dat hij ook veel reede gegeven hadt aen die jongen tot zijn wegloopen, gelijk bij onderzoek bevonden was, maerken geregtelijk tot restitutie van die goederen te voorzaken ‘t welk de Predikant op zigh nam uit te voeren.

Op 10 april 1775 is in de Diakonie administratie terug te vinden dat Jannetje en Willemtie ergens anders worden ondergebracht:

  • Jannetje Teunis Quak bij Jan Lieven tot Abbenbroek van Meij 1775 tot Meij 1776 voor 36 gl. in ‘t jaer.
  • Willemtie Teunis Quak bij Leendert Stougie Abbenbroek mede van Meij 1775 tot Meij 1776 voor 18 gulde in ‘t jaer en ider alle week 2 stuijv Sakgelt

 

 

Bronnen